Cynthia groeit op in het chaotische huis van mama Riet. Het is er altijd druk en je moet oppassen dat je uit de buurt van de dochter van mama Riet blijft, want die is vals en verzint de gemeenste straffen. Cynthia weet niet beter en past zich aan. Toch moet Cynthia ook vaak aan vroeger denken. Ze probeert zich te herinneren hoe haar echte moeder was, maar ze weet bijna niets van haar. Ook weet ze niet meer hoe ze in het tehuis van mama Riet terechtkwam. Dat ze in het begin bij een hond in de mand sliep dat is haar wel verteld, maar verder? Ook haar halfbroer Janos is niet erg scheutig met informatie. Op een dag staan er hulpverleners op de stoep die in willen grijpen in de onhoudbare situatie. Moet Cynthia kiezen voor haar pleegmoeder?
‘Mirjam Oldenhave is een van die zeldzame schrijvers die weet hoe kinderen zijn, wat ze zeggen, hoe ze zich bewegen, wat ze voelen, en ze kan het ook nog eens toegankelijk opschrijven.’ - EDWARD VAN DE VENDEL